
Een goede voerovergang rond het spenen legt de basis voor sterke kalveren

Door het geleidelijk wegvallen van de melk zal de krachtvoeropname van het kalf vanzelf toenemen. Zorg in deze fase voor een constante beschikbaarheid van krachtvoer en voldoende vers, goed bereikbaar drinkwater. Beide zijn essentieel om de groei en pensontwikkeling optimaal te ondersteunen.
Ook maïskuil kan vanaf deze periode geleidelijk in het rantsoen worden geïntroduceerd. Wanneer het krachtvoer wordt gerantsoeneerd, is het belangrijk om minimaal 2,5 tot 3 kg krachtvoer per kalf per dag te voorzien. Kalveren die onbeperkt krachtvoer kunnen opnemen, mogen in deze fase tot maximum 4 à 4,5 kg krachtvoer per dag opnemen. Op die manier blijft er voldoende ruimte voor de opname van hooi en stro. Deze structuurbronnen dragen bij aan een tragere passagesnelheid in de pens en ondersteunen een gezonde vertering.
Het is daarom belangrijk om regelmatig na te gaan hoeveel krachtvoer de kalveren daadwerkelijk opnemen. Weeg de verstrekte hoeveelheden en stuur bij waar nodig. Twijfelt u over de juiste aanpak? Dan kan uw Aveve-voeradviseur u hierbij gericht begeleiden.
Kalveren die na het spenen een goede groei realiseren, ontwikkelen zich steeds verder tot efficiënte herkauwers. Hun opnamecapaciteit neemt toe en het rantsoen verschuift geleidelijk naar een groter aandeel ruwvoer. In de periode van spenen tot ongeveer zes maanden leeftijd zijn maïskuil, hooi, stro en droge voordroog uitstekende keuzes om deze overgang succesvol te ondersteunen.

Praktische aandachtspunten
Houd hetzelfde krachtvoer aan tot minstens 2 weken na spenen.
Voorzie continu krachtvoer en vers drinkwater.
Introduceer maïskuil geleidelijk na het spenen.
Streef naar minimaal 2,5 tot 3 kg krachtvoer per kalf per dag.
Bij opname naar lust: maximaal 4 à 4,5 kg krachtvoer per kalf per dag.
Zorg voor voldoende hooi en stro voor structuur en een gezonde penswerking.
Controleer regelmatig de werkelijke krachtvoeropname en stuur bij indien nodig.
Een succesvolle voerovergang rond het spenen vormt de basis voor gezonde, groeikrachtige vaarzen met een sterke start in hun verdere ontwikkeling.