
Verlegstrategie voor een vijfwekensysteem
Wekensysteem | Vijfwekensysteem |
|---|---|
Genetica | TN70*Groeibeer |
Balanskooi | Nee |
Automatische voedersysteem | Nee, clickfeeder |
PG | 36.32 |
Percentagesterfte | 11.5% |

Vanaf wanneer start je met verleggen?
We starten met het verleggen zodra alle biggen 24 uur de kans hebben gehad om voldoende biest op te nemen. Tijdens deze eerste 24 uur passen we alternerend zogen toe bij zeugen met meer dan 17 levend geboren biggen. Hierbij halen we drie keer, telkens gedurende vier uur, de grootste en best gevulde biggen weg. Dit gebeurt uitsluitend overdag. Na de eerste 24 uur beginnen we met het definitieve verleggen.
Maak je gebruik van pleegzeugen?
“We maken gebruik van pleegzeugen wanneer dat nodig is. Eerst zorgen we ervoor dat alle zeugen volledig gevuld zijn met biggen van een zo gelijk mogelijke grootte. Wanneer alle zeugen vol liggen, nemen we een zeug van buiten de groep of een jonge zeug die eerder heeft gejongd om als pleegzeug te dienen. Tijdens de eerste dagen laten we de zeugen zoveel mogelijk vol liggen. Daarna halen we de kleinste biggen weg en plaatsen we deze bij een jonge zeug, omdat zij kleinere spenen heeft die beter geschikt zijn voor deze biggen. Deze jonge pleegzeug heeft meestal al eerder gejongd. We beginnen pas met het voorspenen vanaf een leeftijd van 8 dagen. Deze biggen blijven gewoon in het kraamhok en krijgen extra warmte via een lamp. We verleggen vooral tijdens de eerste 10 dagen, maar uitzonderlijk verleggen we ook tot 1 week voor spenen.
Hoe bepaal je hoeveel biggen er bij de zeug blijven liggen?
“Onze zeugen hebben doorgaans 16 spenen. Daarom laten we tijdens de eerste dagen 15 à 16 biggen bij de zeug liggen. Op die manier kunnen alle biggen vlot drinken en blijft de melkproductie gestimuleerd. Na die eerste periode halen we enkel nog de biggen weg die te mager worden of onvoldoende mee kunnen. Zo zorgen we ervoor dat elke big voldoende melk krijgt en dat de groep zo uniform mogelijk blijft.”
Welke aanpassingen zijn er de afgelopen jaren gebeurd aan jullie verlegstrategie?
“We laten de biggen bewust langer bij de zeug liggen. We merken namelijk dat onze zeugen veel melk produceren, waardoor de biggen langere tijd voldoende voeding krijgen zonder dat er magere biggen ontstaan. Door de biggen langer bij de zeugen te houden, hebben we minder jonge zeugen nodig voor de kleine biggen en dekken we ook minder jonge zeugen voor. Dit resulteert uiteindelijk in homogenere tomen.”